Albumine
Albumine is het belangrijkste eiwit dat wordt aangemaakt door de lever en vervolgens wordt afgegeven aan het bloed. Albumine dient onder andere als transportmiddel voor calcium (kalk), bilirubine, geneesmiddelen, hormonen en vetzuren.

Een laag albuminegehalte in het bloed kan een aanwijzing zijn voor een slecht functionerende lever. Bij een chronische leveraandoening is het albuminegehalte in de beginfase meestal nog normaal. Pas in een later stadium, als de lever ernstig is aangetast, gaat het albuminegehalte omlaag.

Om een juiste indicatie van de oorzaak van de leveraandoening te krijgen, moet het albuminegehalte in het bloed altijd in combinatie met het ‘totaal eiwit’ worden bepaald en met de activiteit van ‘stollingsfactoren’ (PTT= ProThrombineTijd). Omdat de meeste eiwitten die in het bloed voorkomen worden aangemaakt door de lever, is ook het niveau van het ‘totaal eiwit’ een maat voor de capaciteit van de lever. Met ‘stollingsfactoren’ worden die specifieke eiwitten bedoeld, die betrokken zijn bij de bloedstolling. Deze eiwitten worden ook bijna allemaal door de lever aangemaakt.

Een verlaagd albuminegehalte is niet karakteristiek voor een leveraandoening. Het kan ook andere oorzaken hebben, zoals ondervoeding of afwijkingen aan de nieren of schildklier.